Invloed bedrijfsleven

Uit Anderwijz

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Argumenten voor invloed van het bedrijfsleven

Aangezien het bedrijfsleven voor een belangrijk deel de ­afnemer is van het hoger onderwijs is het niet meer dan logisch dat bedrijven ook invloed hebben op de inhoud van het onderwijs. Zo zeer zelfs dat het een goed idee is om één of meerdere plaatsen in de opleidingscommissie te vullen met bedrijfsmensen. Zeker als het gaat over beroepsopleidingen.

/ Argumenten Enerzijds / Oorspronkelijke tekst Renee Wever /

Aansluiting

Het hoger onderwijs bereidt mensen voor op een plek in de maatschappij. Het bedrijfsleven is goed op de hoogte van de capaciteiten die nodig zijn om in die omgeving werkzaam te zijn. Bijna vanzelfsprekend dus om het bedrijfsleven te betrekken bij de inrichting van het onderwijs.

Juiste niveau

Mensen uit het bedrijfsleven zijn natuurlijk niet didactisch onderlegd. Het is dan ook geen goed idee om ze bij de kleinste details van het onderwijs te betrekken. Juist de eindtermen, waarin wordt bepaald wat een student moet kennen en kunnen bij het beëindigen van zijn of haar opleiding, vormen een goed niveau voor bedrijfsinvloed.

Bij de tijd

Het is in het belang van de student dat zijn onderwijs bij de tijd is. Juist door het bedrijfsleven te betrekken bij het opstellen van de eindtermen voorkom je dat er verouderde technieken en vaardigheden worden aangeleerd, waar de student in zijn werkzame leven niets meer aan heeft.

Middelen

Het hoger onderwijs heeft altijd, bijna per definitie, een tekort aan middelen, zoals geld, apparatuur en mensen. Door de contacten met het bedrijfsleven aan te halen kan het makkelijker worden om op dit gebied ondersteuning van bedrijven te krijgen. Een computerzaal kan worden gesponsord, maar er kunnen ook deskundigen uit het veld optreden als gastdocent.

Leerervaringen

De praktijk wijst uit dat de meeste afgestudeerden in het bedrijfsleven terecht komen. Het is dan ook een nuttige leerervaring om tijdens de studie, als je nog fouten mag maken, het bedrijfsleven te leren kennen. Door betere contacten met bedrijven zullen makkelijker betere stages en interessantere excursies te regelen zijn. Ook nu komen veel van dit soort activiteiten voort uit bestaande contacten van bijvoorbeeld een hoogleraar, het ligt dan ook voor de hand dat dat zal verbeteren als die uitwisseling verder gaat.

Bedrijfsleven in OC

De wet stelt dat de helft van een opleidingscommissie uit studenten moet bestaan. Over de andere helft wordt niets gezegd. Het is dus heel goed mogelijk hier één of meerdere vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in op te nemen. Dit is een mooie invulling van de betrokkenheid van bedrijven bij het onderwijs. Deze mensen kunnen een frisse kijk bieden op de manier waarop de opleiding geleid wordt, met hun (management)ervaring als nuttige bagage.


Argumenten tegen invloed bedrijfsleven

Met onderwijs kan de student zichzelf ontwikkelen, daarbij begeleid door de instelling. Die ontwikkeling kan alle kanten op; studenten bepalen zelf hun toekomst, die ook voor hbo’ers ­buiten de directe sfeer van de beroepsopleiding kan liggen. Onderwijs heeft dus niet tot doel om mensen ‘klaar te stomen voor het bedrijfsleven’. De kennis van bedrijven kan gebruikt worden voor de ontwikkeling van het onderwijs, maar zij mogen geen invloed hebben op vakinhoud en eindtermen.

/ Argumenten Anderzijds / Tekst Olaf Verheij /

Maatschappij is meer dan bedrijfsleven

Studenten komen terecht in de gehele maatschappij, niet alleen in het bedrijfsleven, en zeker het niet slechts enkele individuele bedrijven. Enkele bedrijven betrekken bij het inrichten van een opleiding zou dan ook een veel te beperkt beeld opleveren. Om in de volle breedte van de maatschappij inzetbaar te zijn moet het onderwijsprogramma worden opgezet door mensen die zo onafhankelijk mogelijk zijn van het afnemersveld van de opleiding. Dit zijn de studenten en docenten van de instelling, niet mensen uit het bedrijfsleven.

Onafhankelijkheid

Onderwijs is een overheidstaak, er moeten afweging gemaakt worden tussen verschillende wensen van de samenleving. Sociale, culturele, ethische en economische argumenten moeten worden afgewogen in de keuze voor de inrichting van het onderwijs. Goed hoger onderwijs vereist een zekere onafhankelijkheid, zodat studenten een kritische houding ten opzichte van die maatschappij kunnen ontwikkelen.

Verschillende denkwijze

Door bedrijven te betrekken bij de opzet van opleidingen haal je ook hun manier van denken binnen, een houding die gericht is op efficiëntie en niet op toegankelijkheid, diversiteit en maatwerk. In een hoger onderwijsinstelling zijn toegankelijkheid, diversiteit en maatwerk juist gewenst. Het bedrijfsleven stelt zelf de doelen van haar personeel vast, terwijl de instelling de doelen van de student juist zo vrij mogelijk moet laten.

‘Nutteloze’ vakken

In een curriculum dat mede door het bedrijfsleven is vormgegeven zal worden uitgegaan van nuttige, toepasbare vakken. Hierdoor komen vakken die een algemeen vormend karakter hebben in het gedrang, terwijl deze wel horen bij de vorming die een hoger opgeleide hoort te hebben. Hierbij kan worden gedacht aan vakken met een filosofische of (vak)historische inslag.

Een babbeltje

Natuurlijk is de mening van het bedrijfsleven niet geheel onbelangrijk. Een opleiding die zijn programma gaat herzien doet er verstandig aan te onderzoeken waar studenten terecht komen en te kijken wat daar leeft, zowel onder de studenten als onder de organisaties waar die studenten terecht komen. Dit moet echter niet door organisaties formele invloed te geven. Een babbeltje op een door de opleiding georganiseerde discussiemiddag is invloed genoeg. De studenten en docenten kunnen dan de volgende morgen zelf besluiten in hoeverre zij de gehoorde wensen meenemen.




Persoonlijke instellingen