Vakomvang groot - klein

Uit Anderwijz

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Argumenten voor grote vakken

Bij de opbouw van een curriculum is de eerste vraag natuurlijk: “Wat moeten de studenten leren?” Misschien wel interessanter is de vraag: “Hoe moeten de studenten leren?” Bij deze vraag zijn immers veel meer mogelijkheden om te variëren. Eén van de instrumenten waarmee een vaststaand onderwijsprogramma beïnvloed kan worden is de omvang van de onderwijseenheden. Grote vakken geven meer diepgang en betere resultaten.

/ Argumenten Enerzijds / Oorspronkelijke tekst Olaf Verheij /

Rust

Om goed te kunnen studeren heb je een aantal dingen nodig. Eén daarvan is rust. Grote onderwijseenheden, dus betrekkelijk lang lopende vakken ter waarde van vrij veel studiepunten, zijn een logisch middel om deze rust te garanderen. Je hebt immers niet steeds de stress van tentamens aan je hoofd, maar gewoon de tijd om er eens lekker voor te gaan zitten en op je eigen manier je studie aan te pakken.

Reflectie

Grotere onderwijseenheden betekent automatisch dat een vak of module langer loopt, dus dat je langere tijd met hetzelfde onderwerp bezig bent. Dit heeft tot gevolg dat je meer tijd hebt om na te denken over de verwerkte stof, er is tijd voor reflectie. Dat dit een groot voordeel is, behoeft geen betoog; slechts door reflectie verandert informatie in kennis.

Dwarsverbanden

Erg belangrijk is dat studenten over de grenzen van hun eigen vakgebied heen leren kijken. Als vakken maar twee studiepunten waard zijn is hier domweg geen tijd voor. Zonder de dwarsverbanden zullen stukjes kennis altijd eilandjes blijven die niets met elkaar te maken hebben. Dit kan bij een complete opleiding niet de bedoeling zijn.

Perspectief

Een ander groot voordeel van langere tijd bezig zijn met hetzelfde onderwerp is dat studenten een veel beter beeld van het betreffende kennisveld krijgen. Vaak zijn er op hetzelfde probleem verschillende oplossingsstrategieën toepasbaar. Het is goed voor het inzicht in de stof om deze methoden naast elkaar te leren zien. Voor het aanleren van een kritische houding is het goed dat studenten zien dat het mogelijk is om vanuit diverse perspectieven naar antwoorden te zoeken.

Beklijven

Voor het beklijven van de kennis, het blijvend opgenomen worden van de verwerkte stof in de denkwereld van de student, is het goed om langere tijd bezig te zijn met eenzelfde onderwerp. De student dringt door tot de kern van de de stof, maar de stof dringt als het ware ook door tot de kern van de student.

Realiteit

In de praktijk komt de afgestudeerde ook overwegend lang lopende projecten tegen. Hierbij is het van belang dat de betrokkenen gedurende lange tijd gefocust blijven op hetzelfde onderwerp. In het kader van de voorbereiding op de arbeidsmarkt lijkt het dan ook onzin om studenten te leren in korte cycli te werken. Wie lange trajecten aan kan, zal makkelijker met kortlopende projecten kunnen omgaan dan andersom.

Argumenten voor kleine vakken

Kleine onderwijseenheden zijn academischer dan grote, omdat zij de student stimuleren vaardigheden te ontwikkelen die een hoger opgeleide behoort te hebben. Het hoger onderwijs heeft tot doel hoger opgeleiden af te leveren. Dat klinkt als een open deur, maar dat is het toch niet helemaal. Er is namelijk veel discussie mogelijk over wat dat inhoudt. Een belangrijk onderdeel is natuurlijk de inhoudelijke kennis die wordt opgedaan tijdens de studie, maar daarnaast kunnen van hoger opgeleiden bepaalde vaardigheden en een zekere academische werkhouding worden verwacht. Het onderwijs moet zo ingericht zijn dat de ontwikkeling hiervan gestimuleerd wordt. Dit vereist compacte onderwijseenheden.

/ Argumenten Anderzijds / Oorspronkelijke tekst Renee Wever /

Verbanden leggen

De student moet leren verbanden te leggen tussen verschillende onderdelen van de studie. Dit kan door alles voor te koken, en in grote blokken aan te bieden, òf de stof in kleine eenheden aan te bieden en de student zelf de verbanden te laten zoeken, wat veel academischer is. Vereist is dan natuurlijk wel dat de student daartoe gestimuleerd/gedwongen wordt en dat is nu vaak niet het geval. Dat komt omdat docenten te vaak zichzelf beperken tot hun eigen deelgebiedje en niet op de hoogte zijn van de verbanden met andere vakken. Daardoor kunnen zij ook moeilijk stimuleren dat studenten die verbanden ontdekken.

Flexibiliteit

Een aanzienlijk deel van de vorming van een hoger opgeleide vindt plaats buiten de opleiding. Het doen van commissiewerk bij studentenverenigingen of vrijwilligerswerk draagt veel bij aan de vorming van studenten. Kleine onderwijseenheden bieden de student de mogelijkheid om niet op volle snelheid het curriculum te doorlopen, maar tijd te creëren voor dergelijke activiteiten. Ook een handicap, of de noodzaak van een bijbaan, kunnen redenen zijn om niet veertig uur in de week te willen studeren. De opleiding moet die flexibiliteit dan wel bieden.

Planning

Een belangrijke academische vaardigheid is het kunnen plannen. Deze vaardigheid kan gestimuleerd worden als studenten voor zichzelf moeten kiezen welke vakken ze waarneer doen. Als het jaar is opgedeeld in slechts vijf eenheden, dan valt er weinig te kiezen, en dus ook niet te plannen.

Druk

Het is goed voor een student om eens goed op zijn bek te gaan, en een vak niet te halen omdat hij er niet genoeg aan heeft gedaan. Daar leer je van. Als vakken te groot worden, worden ook de gevolgen van het niet halen ervan groter. Studenten zullen minder risico´s nemen en op safe spelen, waardoor het hele systeem nog schoolser wordt. Kleine onderwijseenheden zijn misschien niet goed voor de rendementscijfers van de opleiding, maar je gaat er schools onderwijs mee tegen, en daardoor krijg je wel betere afgestudeerden.